kopfoto

Blaasinstrumenten hout

Blaasinstrument 1

Dwarsfluit | De dwarsfluit is al erg oud. De oorsprong ligt in Azië waar ze al in de 9e eeuw v. Chr. voorkwamen. Vanaf de 12e eeuw begon het instrument zich over Europa te verspreiden. Toen was het nog een houten instrument. Pas in de negentiende eeuw begon men met het maken van metalen fluiten, zoals ze ze nu nog steeds maken.

Naast de gewone dwarsfluit kun je in een harmonie-orkest ook nog de piccolo tegenkomen. De piccolo is een kleinere fluit en klinkt een octaaf hoger dan de gewone dwarsfluit. De klank is scherp en doordringend en kan makkelijk boven een heel orkest uitkomen.

Luister hier hoe een dwarsfluit klinkt. 

Blaasinstrument 2

Klarinet | De klarinet is omstreeks het jaar 1700 uitgevonden door J.C. Denner uit Neurenberg. Vanaf het ontstaan heeft de klarinet een grote ontwikkeling doorgemaakt, o.a. door de toevoeging van meerdere kleppen, zoals bij de fluit en hobo. Belangrijk bij de klarinet is het riet dat op het mondstuk zit. In tegenstelling tot de hobo en fagot is dit een enkel riet dat met een rietenbinder op het mondstuk wordt vastgezet.

Het enkel riet wordt van bamboe gemaakt. Eerst wordt het bamboe in stukken gesneden van anderhalf keer de lengte van het riet. Vervolgens wordt het in vieren gespleten. Aan de achter- of binnenkant wordt het dunner gemaakt tot het op de vereiste dikte is. Door nu door het mondstuk te blazen, gaat het riet trillen, waardoor de klank wordt veroorzaakt.

Een andere klarinet die je bij ons in het harmonieorkest tegenkomt, is de basklarinet. Deze is veel groter dan de meest gebruikte bes-klarinet en klinkt dus ook veel lager.

Luister hier hoe een klarinet klinkt. 

hobo

Hobo | Hoboachtige instrumenten bestaan al enkele duizenden jaren. Tegen het einde van de Middeleeuwen duiken ze ook in Europa op. De klank van de hobo is doordringend en nasaal. De hobo lijkt het best op de klarinet met al die kleppen, maar het belangrijkste verschil is het dubbelriet.

Een kort stukje gedroogd bamboe wordt in drieën gesplitst. Vervolgens wordt één stukje op de juiste afmeting gesneden en dubbel gebogen. Daarna worden ze op een metalen stop gebonden en tenslotte wordt de top eraf gesneden. De afzonderlijke bladen worden dan geschraapt tot ze heel erg dun zijn zodat ze kunnen trillen.

Luister hier hoe een hobo klinkt.

fagot

Fagot | Een fagot bestaat uit een houten buis die dubbelgeklapt is. Hierin zit een S-vormige metalen buis waarop het dubbelriet wordt geplaatst.

Het dubbelriet van de fagot is groter dan dat van de hobo. Zoals bij de andere houten blaasinstrumenten, zitten ook in de fagot gaten met daarboven kleppen. Door zijn grootte behoort de fagot tot de lage instrumenten van het orkest.

Voor kinderen is de fagot van normale afmetingen vaak te groot en te zwaar.

Luister hier hoe een fagot klinkt. 

sax

Saxofoon | Ongeveer halverwege de 19e eeuw bouwde de Belgische instrumentbouwer Adolph Sax een blaasinstrument met een enkelriet: de saxofoon. Er bestaan veel verschillende saxofoons, vroeger waren het er 14, tegenwoordig maar 8.
De saxofoon is een beetje een samengesteld instrument. Het heeft een mondstuk en het enkele riet van een klarinet en de buis is zoals bij de hobo; van boven smal en wordt van onderen toe steeds wijder. De saxofoons zijn van koper. Toch worden ze tot de houten blaasinstrumenten gerekend, omdat ze op dezelfde manier bespeeld worden.

De saxofoon is er van klein naar groot: sopranino, sopraan, alt, tenor, bariton, bas, contrabas en subcontrabas. 
De saxofoons die je in een harmonieorkest tegenkomt zijn de altsax, tenorsax en baritonsax. Om te beginnen is een altsax het meest geschikt, omdat die het kleinst is.

Luister hier hoe een saxofoon klinkt.